Taalstoornissen

Taalstoornissen bij kinderen kunnen voorkomen in 3 verschillende vormen welke hieronder extra worden toegelicht.

Een vertraagde of gestoorde taalontwikkeling

Binnen deze vorm ondervinden kinderen vooral problemen op het vlak van taalproductie. Bij een taalstoornis kan deze taalproductie later starten, vertraagd blijven of verstoord verlopen.

Om een idee te hebben over het verloop van een normale taalontwikkeling, vindt u hieronder het schema van Goorhuis & Schaerlaekens (2000). Zij stelden de minimale taalprestaties vast die een kind moet vertonen op een bepaalde leeftijd.

1 jaar Het kind brabbelt veel en gevarieerd. Hij/ zij probeert via wijzen en brabbelen tot een bepaald doel te komen of er de aandacht op te vestigen. Hij/ zij zal reageren op zijn naam en leert dat personen, voorwerpen en gebeurtenissen een naam hebben.
1;6 jaar Naast het benoemen van de ouders zal het kind nog een vijftal andere woorden zeggen. De woordstructuur is meestal nog onvolledig. Het kind begrijpt wel meerdere woorden dan dat hij/ zij kan produceren.
2 jaar Het kind start met éénwoordzinnen. Bijvoorbeeld: ‘koek?’ wat staat voor ‘Krijg ik een koek?’. De éénwoordzinnen gaan  over in tweewoordzinnen. Bijvoorbeeld: ‘koek eten’. De helft van wat het kind te vertellen heeft, wordt verstaan door omstaanders.
3 jaar Het kind praat met drie – tot vijfwoordzinnen. De grammatica van deze zinnen wijkt nog af van de correcte grammaticale structuur.  Een voorbeeld hiervan is: ‘Ik willen in de kast een koek.’ (Ik wil een koek uit de kast.) Ongeveer 75 % van wat het kind vertelt, wordt begrepen door anderen.
4 jaar Het kind praat in eenvoudige, enkelvoudige zinnen met al wat meer grammaticale structuur. Hij/ zij begint werkwoorden te vervoegen en hanteert de eerste meervoudsvormen. De woordenschat kent een enorme toename waardoor het kind kan antwoorden op eenvoudige vragen.
5 jaar Het kind spreekt met goed gevormde zinnen en gebruikt samengestelde zinnen wanneer dit nodig is. Het kind is volledig verstaanbaar voor omstaanders en kan alledaags taalgebruik begrijpen.

Bij sommige kinderen zien we een vertraagd of afwijkend verloop binnen deze taalontwikkeling. In dat geval spreken we over een primaire taalontwikkelingsstoornis (dysfatische ontwikkeling).  De achterstand is niet te verklaren door slechthorendheid of mentale retardatie. De problemen situeren zich zowel op het vlak van taalvorm, als op het vlak van taalinhoud en taalgebruik.  Deze laatste worden hieronder toegelicht.

  • Taalvorm: de manier waarop woorden en zinnen gevormd worden + het toepassen van grammaticale regels.
  • Taalinhoud: de betekenis van woorden en zinnen.
  • Taalgebruik: rekening houden met de situatie, de omgeving en de sociale context waarin men zich bevindt.

Verworven taalstoornissen

In dit geval verliest het kind de aangeleerde taalvaardigheden ten gevolge van een neurologisch letsel. De hersenbeschadiging treedt op wanneer het taalsysteem zich al aan het ontwikkelen is maar nog niet voltooid is.

Oorzaken van verworven taalstoornissen zijn bijvoorbeeld stoornissen in de bloedvoorziening, traumata, tumoren, meningitis, epilepsie,…

Kinderen met een verworven taalstoornis hebben vooral moeilijkheden met hun expressieve taalvaardigheden. Hun spraak wordt onvloeiend en is gereduceerd. Daarnaast spreken ze vaak in telegramstijl. Het taalbegrip blijkt daarentegen (meestal) intact.

Niet – specifieke taalstoornissen

We kunnen deze taalstoornissen gemakkelijk onderscheiden van specifieke taalstoornissen daar zij voor het grootste deel te verklaren zijn vanuit een andere aanwezige stoornis. Ze kunnen voorkomen naast een ander probleem of vinden hun plek binnen een ruimere stoornis/ handicap. Voorbeelden hiervan zijn een verminder gehoor, mentale retardatie, onvoldoende taalaanbod,…

Terugbetalingsmodaliteiten taalstoornissen

  • Het IQ bedraagt 86 of ligt hoger.
  • Er is minder dan 40 dB gehoorverlies aan het beste oor.
  • Maximum 2 jaar, per voorschrift 1 jaar.
  • Het container bedraagt 190 sessies (30 minuten).

Terugbetalingsmodaliteiten dysfasie

  • PIQ, non-verbaal IQ of ontwikkelingsquotiënt > 85
  • Normaalhorend (minder dan 40 dB HL verlies aan het beste oor)
  • Per voorschrift maximaal 1 jaar, verlengbaar tot de leeftijd van 17 jaar
  • 384 sessies gedurende de eerste 2 jaar, 96 sessies voor elke volgende aanvraag (30 of 60 minuten)