Articulatiestoornissen

Wat zijn articulatiestoornissen?

Bij een articulatiestoornis worden één of meerdere klanken niet of foutief uitgesproken. Het probleem situeert zich m.a.w. op klankniveau.

Spraakproductie is een complex systeem waarbij verschillende factoren een belangrijke rol spelen. Tijdens de eerste levensjaren leert een kind om zelf klanken te produceren en deze af te stemmen op zijn/ haar omgeving. De voorwaarden om dit te kunnen zijn een goed auditief en visueel functioneren, een goede motorische ontwikkeling en anatomisch normale en functionele spraakorganen. Na 3 jaar kent een kind de meeste spraakklanken en kan hij/ zij deze actief produceren. (De /s/ en /r/ worden pas op latere leeftijd correct verworven.) Eenmaal het articulatiesysteem is opgebouwd, wordt het uitspreken van klanken een automatisch gegeven. De uitspraak staat in ons geheugen gegraveerd en dit zorgt ervoor dat foutief ontwikkelde spraakpatronen moeilijk af te leren zijn.

Algemeen wordt een onderscheid gemaakt tussen 3 soorten articulatiestoornissen:

  • Functionele articulatiestoornissen
  • Myofunctionele articulatiestoornissen
  • Neurologische articulatiestoornissen.

Functionele articulatiestoornissen

Het gaat hierbij om foutief verworven articulatiegewoonten waarbij we een onderscheid maken tussen enerzijds fonetische articulatiestoornissen en anderzijds fonologische articulatiestoornissen.  Bij fonologische articulatieproblemen heeft het kind moeite met betekenistoekenning en wordt een onregelmatig foutenpatroon opgemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de typische fonologische vereenvoudigingsprocessen zoals gliding (schapen -> sjapen) en backing (opnemen -> oknemen), … Bij fonetische articulatieproblemen heeft het kind moeite met de motorische productie van een klank. Voorbeelden hiervan zijn lispelen, foutief of niet kunnen produceren van een tongpunt-r of huig-r, een –sch- vervangen door een -sj-, … Soms gaat het om een enkelvoudige articulatiefout maar meestal is er sprake van meerdere aanwezige fonologische en/ of fonetische articulatieproblemen.

Myofunctionele articulatiestoornissen

Dit type wordt geassocieerd met structurele problemen. De articulatie is afwijkend met als oorzaak afwijkingen in het primaire mondgedrag, het slikken en/ of andere myofunctionele stoornissen.

Als de persoon inademt langs de mond in plaats van door de neus zal de elasticiteit in de lippen verminderen. Hierdoor wordt de articulatie minder pittig en veerkrachtig. Dit wordt benoemd als open-mondgedrag. Een te lage tongligging met als gevolg slikproblemen, tongpersen en een slappe articulatie wordt benoemd als habitueel mondademen. Tongpersen en infantiel slikken betekenen een afwijkende voorwaartse beweging van de tong in rust en bij activiteit. De tong wordt tussen de tanden geduwd in plaats van tegen het gehemelte. Tot slot kan de persoon ook lipzuigen en lipbijten ten gevolge van een open beet of kaakvorming. De verschillende soorten afwijkend mondgedrag kunnen door de logopedist verholpen worden via oro-myofunctionele therapie (OMFT).

Neurogene articulatiestoornissen

Deze vorm van articulatiestoornissen wordt geassocieerd met problemen van neurologische aard. We maken hierbij een onderscheid tussen dysartrie en dyspraxie.

Voor sommige kinderen is het vinden van de juiste articulatiestanden een echte zoektocht. Zij slagen er maar niet in om de verschillende articulatiestanden te vinden en te onthouden. Daarnaast kunnen zij ook de opeenvolging van articulatiestanden niet onthouden. Bovenstaande kenmerken zijn typerend voor kinderen met dyspraxie. Een andere typische eigenschap is dat zij bewust bepaalde klanken niet kunnen produceren terwijl dus onbewust wel lukt. De problemen situeren zich ter hoogte van het sturen, plannen en programmeren vanuit de hersenen. De hersenen kunnen geen verbinding maken met de articulatoren om deze op een correcte manier aan te sturen. 

Naast dyspraxie bestaat er ook dysartrie. Bij deze laatste stoornis kunnen kinderen/volwassenen bepaalde klanken of mondstanden niet vormen. De problemen zitten hem in de spiercontrole. Het gaat om een uitvoeringsstoornis waarbij de spieren als het ware verlamd zijn. In de meeste gevallen zijn er ook andere motorische moeilijkheden vast te stellen.

                                               

Terugbetalingsmodaliteiten

  • Voor functionele articulatiestoornissen: dit is afhankelijk van mutualiteit tot mutualiteit. Meer informatie kan u terugvinden bij het tabblad tarieven. 
  • Voor myofunctionele articulatiestoornissen: maximum 1 jaar (niet verlengbaar), het container bedraagt 20 sessies (30 minuten)
  • Voor neurogene spraakstoornissen – dysartrie: maximum 2 jaar, per voorschrift 1 jaar, het container bedraagt 176 sessies (30 minuten)