Taal

Taal bestaat uit onderdelen zoals taalbegrip, woordenschat en zinsvorming. Bij problemen in één of meerdere aspecten spreken we van een vertraagde of afwijkende taalontwikkeling. Dit kan zich uiten in een beperkte woordenschat, korte of foutieve zinnen of fouten bij werkwoordvervoeging. Een logopedisch onderzoek evalueert zowel taalbegrip (wat het kind begrijpt) als taalproductie (wat het kind zegt). Op basis daarvan start de logopedist een behandeling op, afgestemd op de specifieke noden van het kind.

Taal

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Vivamus feugiat urna et est laoreet euismod. Cras vitae odio euismod, aliquam augue eu, tristique neque. Nam eleifend aliquam urna, non ultricies dolor dictum ut. Proin at ornare ligula. Nulla sodales auctor risus et imperdiet. Etiam arcu turpis, ultricies at lorem vitae, commodo eleifend turpis.

Cras semper metus et felis euismod, eu suscipit tellus fermentum. Quisque tortor lorem, tincidunt nec enim eu, lacinia viverra mauris.

Taalbegrip

Taalbegrip is het vermogen om gesproken en geschreven taal te begrijpen. Het gaat niet alleen om het herkennen van woorden, maar vooral om het snappen van wat die woorden, zinnen en teksten betekenen. Kinderen die het lastig vinden om taal te begrijpen, volgen onder andere complexe instructies niet goed op of hebben moeite met begrippen zoals ‘voor’, ‘naast’, ‘meer dan’. Daarnaast begrijpen ze verhalen of vragen minder goed en hebben ze meer tijd nodig om te reageren of geven vaak onjuiste antwoorden. Deze kinderen horen de taal wel, maar snappen niet altijd wat ermee bedoeld wordt.

Taalproductie

Taalproductie is het vermogen om zelf taal te gebruiken om te communiceren. Het gaat om alles wat iemand actief zegt, schrijft of gebaart om een boodschap over te brengen. Bij kinderen zie je dit terug in het benoemen van voorwerpen, het vertellen van verhaaltjes of het voeren van een gesprek. Sommige kinderen hebben moeite met het uiten van hun gedachten in woorden. Dit kan je opmerken door onder andere een beperkte woordenschat, korte of onvolledige zinnen of een foute zinsopbouw (zoals “hij lopen naar huis” in plaats van “hij loopt naar huis”). Deze kinderen weten vaak wel wat ze willen zeggen, maar vinden het lastig om het goed onder woorden te brengen.

Maak een afspraak

Maak vandaag nog een afspraak, samen helpen we je kind sterker te communiceren.