Algemene voorwaarden
1. Algemene bepalingen
Art. 1.1.
De logopedisten zijn waardige vertegenwoordigers van het beroep en schikken zich naar de regels die het beroep zichzelf heeft opgelegd.
Art. 1.2.
De logopedisten houden zich aan de wetgeving en reglementering die van toepassing is op het beroep logopedie (1), zoals:
– de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en alle uitvoeringsbesluiten
– het Koninklijk Besluit van 20 oktober 1994 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van logopedist
– de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt
– de regelgeving met betrekking tot het beroepsgeheim
– de wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994 (GVU-wet)
(1) Specifieke regelgeving voor logopedisten kan worden opgezocht en geraadpleegd via http://www.ejustice.just.fgov.be/wet/wet.htm.
2. Professionele deskundigheid en verantwoordelijkheid van de logopedist
Art. 2.1.
De logopedisten drukken zich, in de taal die ze in het kader van hun beroep gebruiken, verbaal en schriftelijk deskundig en professioneel uit.
Art. 2.2.
De logopedisten houden hun kennis op peil en actualiseren deze. Ze voldoen aan de normen die vastgesteld zijn door het daartoe bevoegde orgaan. Zij scholen zich gedurende hun ganse loopbaan bij in de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen om hun patiënten een behandeling te kunnen aanbieden in overeenstemming met de actuele professionele standaard.
Art. 2.3.
De logopedisten behandelen hun patiënten zo goed mogelijk en volgens de actuele professionele standaard. Zij overschrijden hun bevoegdheden en/of bekwaamheden niet en verwijzen in voorkomend geval de patiënt naar een andere zorgverlener door.
Art. 2.4.
De logopedisten promoten geen nieuwe diagnostische en/of therapeutische methoden die niet in overeenstemming zijn met de actuele professionele en wetenschappelijke standaard. Evenmin verstrekken zij daarover adviezen die niet wetenschappelijk gefundeerd zijn.
Art. 2.5.
De logopedisten beperken of onderbreken hun beroepsactiviteit, in geval van aantasting van hun fysieke of psychische geschiktheid die voor de patiënten en het beroep nadelige gevolgen kan hebben.
Art. 2.6.
De logopedisten superviseren op passende wijze de studenten logopedie die op de praktijk in opleiding komen en nemen daarbij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de logopedische behandelingen. Zij waken er mee over dat de student het recht op privacy van de patiënt respecteert. De patiënt of desgevallend zijn vertegenwoordiger wordt er steeds over ingelicht dat een behandeling mee wordt gevolgd of onder begeleiding wordt uitgevoerd door een student logopedie.
Art. 2.7.
De logopedisten die deelnemen aan het promoten en het ontwikkelen van materialen, boeken of instrumenten die betrekking hebben op de communicatiestoornissen, presenteren deze professioneel en objectief. Zij laten hun persoonlijk voordeel niet primeren op hun professionele verantwoordelijkheid.
Art. 2.8.
Logopedisten mogen geen geschenken of enig ander voordeel in geld of in natura aannemen waardoor hun professioneel oordeel op enige wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, zou kunnen worden beïnvloed.
Art. 2.9.
De logopedisten houden de dossiers van de patiënten bij en zien er op toe dat de inhoud van die dossiers geheim blijft. De gegevens moeten gedurende dertig jaar na het einde van de behandeling worden bewaard.
3. De verantwoordelijkheid van de logopedist in relatie tot de patiënt.
Art. 3.1.
De essentiële verantwoordelijkheid van de logopedist is het behartigen van het welzijn en de gezondheid van zijn patiënten.
Art. 3.2.
In de uitoefening van hun beroep discrimineren logopedisten op geen enkele grond (zoals, maar niet beperkt tot sociale positie, ras, religie en seksuele geaardheid).
Art. 3.3.
De logopedisten zijn gebonden door het beroepsgeheim. Het niet naleven van het beroepsgeheim wordt strafbaar gesteld volgens artikel 458 van het Strafwetboek.
Het beroepsgeheim omvat alles wat de patiënt aan de logopedist heeft toevertrouwd, alsook alles wat de logopedist weet als gevolg van de behandeling, met name alles wat hij heeft gezien, gehoord, vernomen, vastgesteld, ontdekt of opgevangen tijdens of bij gelegenheid van de uitoefening van zijn beroep.
Enkel in de wettelijk voorziene of in de rechtspraak aanvaarde gevallen kan onder de voorziene voorwaarden van dit beroepsgeheim worden afgeweken.
Het betreft onder meer (niet limitatief):
– het gedeeld beroepsgeheim (wanneer het delen van de gegevens met andere zorgverleners noodzakelijk is voor de behandeling van de patiënt)
– melding van misbruik conform art. 458bis van het Strafwetboek, meer bepaald kindermisbruik, partnergeweld en misbruik van volwassen kwetsbare personen
– de noodtoestand (indien de fysieke of psychische integriteit van een persoon onmiddellijk en ernstig in gevaar is)
– wettelijke verplichtingen om geheimen bekend te maken (zoals bv. de informatie aan de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle van het RIZIV).
Art. 3.4
Tijdens de behandeling knoopt de logopedist met zijn patiënten geen persoonlijke betrekkingen aan die de therapeutische behandeling dreigen te verstoren.
Art. 3.5.
De logopedisten evalueren permanent de doeltreffendheid van hun behandeling en zetten de behandeling stop zodra duidelijk is dat ze geen effect meer heeft voor de patiënt.
Art. 3.6.
De logopedist voert geen behandelingen uit die niet beantwoorden aan de actuele professionele standaard.
Art. 3.7.
De logopedist heeft het recht de behandeling stop te zetten wegens onvoldoende inzet of medewerking van de patiënt of wegens omstandigheden die de therapeutische relatie (ernstig) hinderen. In dat geval motiveert de logopedist in het dossier de reden van stopzetting.
De logopedist deelt tijdig zijn beslissing om de behandeling stop te zetten aan de patiënt mee alsook de reden waarom en stelt de patiënt schriftelijk op de hoogte van de administratieve gevolgen van het onderbreken van de behandeling. Indien nodig worden de nodige maatregelen voor continuïteit genomen, zoals het voorleggen aan de patiënt van een lijst van de logopedisten uit de omgeving.
Art. 3.8.
De logopedist garandeert de doeltreffendheid van om het even welke therapeutische ingreep niet. Prognose en garantie mogen niet worden verward. Aan de patiënt zal wel een realistische inschatting van de prognose worden gegeven.
Art. 3.9.
In de gevallen waarin de logopedist zijn honorarium vrij bepaalt, is hij billijk bij het vaststellen van het honorarium voor zijn prestaties. Bij het bepalen ervan mag hij rekening houden met de specialisatie van de geleverde prestaties, de economische toestand van de patiënt, zijn eigen faam en eventuele bijzondere omstandigheden.
Art. 3.10.
Onverminderd de wettelijke bepalingen daaromtrent, informeert de logopedist zijn patiënt voorafgaand aan elke tussenkomst over het doel, de aard, de graad van urgentie, de duur, de frequentie, de voor de patiënt relevante tegenaanwijzingen, nevenwerkingen en risico’s verbonden aan de tussenkomst, de nazorg, de mogelijke alternatieven en de financiële gevolgen. De logopedist verstrekt de patiënt of diens vertegenwoordiger voorafgaand aan de behandeling uitleg over het bedrag van het honorarium voor zijn prestaties en over de terugbetalingsmogelijkheden.
4. De verhouding tussen logopedisten onderling
Art. 4.1.
De logopedist stelt zich collegiaal op. Hij mag in geen geval een collega in diskrediet brengen of hem professioneel schade berokkenen.
Art. 4.2.
Als een patiënt, om welke reden ook, van therapeut verandert, is de eerste logopedist verplicht – met het akkoord van de patiënt – aan zijn collega, op diens schriftelijk verzoek alle nodige en nuttige inlichtingen uit het logopedisch patiëntendossier te bezorgen, uiterlijk binnen 15 dagen nadat hierom werd verzocht.
Art. 4.3.
Als bij eenzelfde patiënt in dezelfde periode twee verschillende logopedische behandelingen door twee verschillende therapeuten worden toegepast, worden deze twee therapeuten geacht op regelmatige tijdstippen met elkaar contact te onderhouden indien dit noodzakelijk is voor de behandeling van de patiënt.
Art. 4.4.
De logopedisten streven ernaar om de kennis van het beroep uit te breiden en, met het oog op research, hun ervaringen te delen.
Art. 4.5.
Het is een logopedist niet toegelaten om aan een collega cliënteel te onttrekken of pogen te onttrekken.
5. De verantwoordelijkheid van de logopedist ten aanzien van derden.
Art. 5.1.
De logopedisten hebben binnen de verantwoordelijkheid van hun beroep een therapeutische vrijheid en autonomie. De logopedisten die in openbare of privé- inrichtingen werken, geven geen uitvoering aan richtlijnen of regels die een inmenging in en/of een beperking van hun professionele onafhankelijkheid, hun therapeutische vrijheid en integriteit uitmaken. Zij dienen zich daartegen, in de mate van het mogelijke, uitdrukkelijk te verzetten.
Art. 5.2.
De logopedisten werken op geen enkele wijze samen met personen die illegale of inadequate technieken toepassen. Bovendien mogen ze geen diagnostisch materiaal geven, uitlenen of verkopen aan personen die niet wettelijk bevoegd zijn. Ze mogen wel therapeutisch materiaal voor behandelingsdoeleinden uitlenen aan een patiënt.
Art. 5.3.
Commissieloon, kortingen of andere vormen van betaling aannemen wegens het verwijzen van patiënten naar andere zorgverleners is onaanvaardbaar.
6. De verantwoordelijkheid van de logopedist ten aanzien van de maatschappij
Art. 6.1.
De logopedisten informeren de maatschappij correct over hun beroep zonder daarbij hun eigen bevoegdheidsterrein te overschrijden.
Art. 6.2.
De reputatie van de logopedisten berust op hun deskundigheid en integriteit.
Art. 6.3.
Logopedisten mogen publiciteit voeren voor zover de verstrekte informatie waarheidsgetrouw, objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk is. Zij richten zich daarbij naar de toepasselijke wetgeving en naar de leidraad in deze Code (zie bijlage).
De informatie mag niet aanzetten tot overbodige onderzoeken of behandelingen. De informatie mag in geen geval misleidend of vergelijkend zijn, noch de patiënt schaden of diens keuzevrijheid beperken.
Bij het voeren van publiciteit handelt de logopedist in overeenstemming met het wettelijk kader rond privacy en gegevensbescherming.
Art. 6.4.
De logopedisten vermijden elke handeling die henzelf of het beroep in diskrediet zou kunnen brengen. Zij nemen de maatschappelijke, morele en wettelijke principes van de samenleving waarin zij hun beroep uitoefenen, in acht en erkennen dat elke afwijking van die principes afbreuk kan doen aan het vertrouwen van het publiek in de deskundigheid van de individuele logopedist en van het ganse beroep.
7. Wetenschappelijk onderzoek
Art. 7.1.
In het raam van het wetenschappelijk onderzoek wordt een hoog ethisch niveau in stand gehouden; het welzijn van de proefpersoon mag er niet onder lijden.
Art. 7.2.
De logopedist verzekert zich ervan dat alle wettelijke bepalingen met betrekking tot wetenschappelijk onderzoek worden gerespecteerd. Het betreft onder meer:
– het wettelijk kader rond privacy en gegevensbescherming, in het bijzonder voor de verwerking van gezondheidsgegevens
– het wettelijk kader met betrekking tot experimenten op de menselijke persoon
Art. 7.3.
De proefpersoon heeft het recht zijn deelname aan het wetenschappelijk onderzoek op elk moment en zonder verdere verantwoording af te breken.